• Startdatum:
  • 30 oktober 2020
  • Cursusduur:
  • 8 dagen
  • Rechtsgebied:
  • Algemeen
  • Soort:
  • Cursus
  • Accreditaties
  • NOVA:
  • 16

In de unieke PAO-leergang ‘Recht en existentie in filosofie en literatuur’ bestuderen wij gezamenlijk grote literaire en filosofische werken in relatie tot het recht. Auteurs als Scholten, Nietzsche, Dostojevski, Unamuno, Kafka, Sartre en Camus komen uitgebreid aan bod. Dit jaar zal de leergang worden aangeboden als online leergang!

Een belangrijke rode draad in deze werken is de verwantschap met het zogenoemde ‘existentialisme’, een zeer invloedrijke stroming in zowel de filosofie als de literatuur. Hoewel er aanzienlijke verschillen bestaan binnen het existentialisme (zo kan zij religieus of atheïstisch geïnspireerd zijn), kan worden gesteld dat zij ons leert dat de wereld niet zonder meer in begrippen, wetten, mechanismen en systemen gevangen kan worden. Dat heeft interessante, maar ook vergaande consequenties voor het recht: immers bestaat het recht uit algemeen geldende regels en classificaties. We kunnen de menselijke wereld niet zonder meer inkaderen en begrijpen, zo stellen existentialistisch geïnspireerde denkers. Als dit zo is, in hoeverre is er dan (nog) plaats voor de concrete, existerende persoon in het recht, in de rechtsleer en de rechtspraktijk, waaronder de rechtsvinding?

Het betrekken van het existentialisme op het recht luidt een nieuwe benadering in binnen de rechtsfilosofie. Tot dusver staat in het denken over recht een wetenschappelijke benadering centraal, waarin het recht wordt beschouwd als een objectieve en kenbare systematiek. De nadruk ligt hierin op techniek: op het vergaren van kennis van het recht en de toepassing daarvan, maar niet op de persoonlijke verantwoordelijkheid van degenen die zich met het recht bezighouden. De persoon – niet slechts die van de rechtzoekende of de burger, maar evenzeer van de rechter – treedt in deze wetenschappelijke benaderingswijze op de achtergrond: de existentie wordt verdrongen.

Om de alternatieve benadering van het existentialisme op het recht en gerechtigheid te introduceren, vangt de cursus aan met het rechtsfilosofisch werk van de beroemde rechtsgeleerde en rechter Paul Scholten. Niet alleen vanuit de theologie en filosofie, maar ook vanuit zijn ervaring als rechter benadrukt Scholten dat persoonlijke verantwoordelijkheid, in de zin van levensbeschouwing, van vitaal belang is voor het recht – en de gerechtigheid: ‘Wie meent rechts- en levensopvatting te kunnen scheiden, schaadt beide. Hij vervalst zijn rechtsovertuiging, omdat hij het teruggrijpen op de hoogste waarde stelselmatig vermijdt.’

De grote denkers en schrijvers die wij bestuderen in deze leergang leren ons dat recht veeleer als kunst moeten worden beschouwd en niet als wetenschap. De (in vergelijking met de traditionele theorieën) soms radicale en andersoortige opvattingen die in de werken naar voren komen, zijn te beschouwen als een ‘inleiding tot de verwondering’.

Uiteenlopende thema’s als misdaad en straf, schuld en onschuld, empathie, en de legitimatie van staat en recht komen aan de orde. Dit leidt niet alleen tot interessante en uitdagende visies op het recht. Tevens geeft dit dieper(e) inzicht(en) in de werking van literatuur en het belang daarvan voor recht en rechtsvinding. De nadruk ligt op het verband tussen recht en kunst en het belang van literatuur en de menswetenschappen.

Deze leergang heeft een ander, eigen karakter dan reguliere PAO-cursussen. Vanuit verwondering worden deelnemers uitgedaagd om op filosofische wijze naar het recht te kijken en gangbare denkpatronen  kritisch tegen het licht te houden. In deze bijeenkomsten worden daarom ook geen pasklare antwoorden verschaft, maar vragen geformuleerd die aanzetten tot (het overdenken van de eigen) levensbeschouwing, en tot kritische reflectie op het recht en de rechtspraktijk. Het doel van deze leergang is om de eigen vooronderstellingen en het oordeelsvermogen van de deelnemers te stimuleren en te ontwikkelen.

Docenten
Claudia Bouteligier (mr. dr.)
Claudia Bouteligier is universitair docent bij de sectie Sociologie, Theorie en Methodologie aan de Erasmus School of Law in Rotterdam. Zij promoveerde aan de Universiteit Leiden op een rechtsfilosofisch proefschrift over 'Recht en literatuur', getiteld Dialoog in recht en literatuur. Een kritiek van de narratieve rede (Turnhout: Gompel&Svacina 2018). In dit proefschrift onderzoekt zij vanuit het perspectief van literatuur en dialogische filosofie (resp. Dostojevski en Buber) zowel grondslagen van het recht als kernveronderstellingen binnen 'Recht en literatuur'. Haar huidige onderzoeksinteresses behelzen binnen de rechtsfilosofie en in ‘recht en literatuur’: ethiek, het juridisch oordeelsvermogen, rechtsvinding, empathie en herstelrecht.

https://www.eur.nl/people/claudia-bouteligier

Timo Slootweg (dr. drs.)
Timo Slootweg doceert rechtsfilosofie en ethiek aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Hij studeerde geschiedenis (EUR) en wijsbegeerte (UL). Hij promoveerde aan de Faculteit Wijsbegeerte te Rotterdam: Geschiedenis en ethiek: historisch besef in de traditie van Hegel, Heidegger en Derrida (2000). Hij doceerde enkele jaren Filosofie van de Geschiedenis aan de EUR. Zijn huidige onderzoeksinteresse betreft de filosofie en theologie van het recht in verband met het (christelijk) existentialisme, de dialogische filosofie en het postmodernisme. Hij publiceerde veelvuldig over het rechtsfilosofisch personalisme van Paul Scholten. Hij is in het bijzonder geïnteresseerd in de esthetische en tragische dimensies van politiek en recht. In 2016 publiceerde hij Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht (Garant: Antwerpen).

https://www.universiteitleiden.nl/medewerkers/timo-slootweg#tab-1

Doelgroep
De leergang staat open voor zowel alumni als juridische professionals (o.m. uit de advocatuur en de rechterlijke macht). Voor professionals geldt dat zij gecertificeerde PAO-punten kunnen behalen. Iedere afzonderlijke bijeenkomst staat voor 2 punten; bij het volgen van de gehele reeks zijn 16 punten te behalen. ‘Recht en existentialisme in filosofie en literatuur’ werd eerder verzorgd als lezingenreeks van Recht en Literatuur (voorheen Recht en Literatuur Leiden). Wegens de overweldigende belangstelling wordt deze bijzondere leergang nu in samenwerking met Juridisch PAO Leiden voor de derde keer verzorgd.

Literatuur
Cursusboek. In deze cursus maken we gebruik van een cursusboek: Claudia Bouteligier & Timo Slootweg, Recht en existentie in filosofie en literatuur, Turnhout: Gompel&Svacina, 2020. De primaire literatuur die besproken wordt staat voor de start van de bijeenkomsten voor u klaar bij de documenten van de leergang in uw Mijn Juridisch PAO account. U bent vrij om een vertaling/uitgave naar keuze te lezen van de werken die in  de bijeenkomsten worden besproken. In uw Mijn Juridisch PAO account vindt u de online gratis Engelse vertalingen van de romans. Desgewenst  kunt u het cursusboek na afloop van de lezingen raadplegen. De desbetreffende hoofdstukken hoeft u dus niet per se op voorhand van de bijeenkomsten te bestuderen.

Programma

Bijeenkomst 1: Inleiding: Paul Scholten over Recht en levensbeschouwing
Deze bijeenkomst heeft een inleidend karakter. Deelnemers hebben geen voorkennis nodig in Recht en Literatuur of Rechtsfilosofie. Desgewenst kan na afloop het eerste hoofdstuk van het cursusboek bestudeerd worden.

Wat heeft recht, de wetgeving en de rechtsvinding door de rechter, überhaupt met levensbeschouwing te maken? Voordat wij in het levensbeschouwelijke existentialisme gaan verdiepen, zullen we - ter inleiding - stilstaan bij deze belangrijke vraag. Dat beide in nauw verband zouden staan is niet vanzelfsprekend. Paul Scholten (1875-1946) heeft op overtuigende wijze aangetoond dat beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en dat men het recht en de levensbeschouwing ernstig schaadt indien men dit verband niet helder voor ogen ziet.  Scholten voert een polemiek met het rationalisme in het recht; meer bepaalt bestrijdt de chronisch positivistische benaderingswijze. Het staat in de weg van een wijze en gewetensvolle rechtsvinding.

Bijeenkomst 2: Nietzsche over kunst en tragedie
Wat hebben levensbeschouwing en kunst met elkaar te maken?  Waarom zouden ook recht en politiek als een vorm van kunst moeten worden beschouwd? Kennen recht en rechtsvinding wellicht ook een esthetische dimensie?

In deze bijeenkomst lezen we het beroemde De geboorte van de tragedie (1872) van Friedrich Nietzsche (1844-1900), die voor de ontwikkeling van het existentialisme en de tegenwoordige filosofie van onschatbare waarde is geweest. Dit uiterst prikkelende werk gaat over de opkomst en neergang van de Griekse tragedie als kunstvorm, als dichterlijke denkwijze en wereldbeschouwing. De Griekse tragedie van de 5e eeuw voor Christus was een unieke en vitale combinatie van het ‘apollinische’ en het ‘dionysische’ die echter maar kort bestaan heeft. Het Griekse rationalisme van Plato en Aristoteles verdrong de hartstocht die voor deze kunstvorm van essentiële betekenis was. Dat het tragisch besef moest plaatsmaken voor filosofie en moraliteit, voor de logica en het verstand beschouwt Nietzsche als een neergang met grote gevolgen. Een levensvijandige, apollinische energie werd sindsdien heer en meester, ten koste van de tragische levenskunst. Onder invloed van het ‘wijsgerig socratisme’ zouden politiek en recht voor lange tijd gespeend blijven van hun esthetische dimensie. Hun intrinsieke correlatie - de kunst als vitaal supplement van wijsheid en wetenschap – zou voor lange tijd aan het zicht onttrokken blijven.

In het belang van een vitale cultuur zoekt Nietzsche naar de mogelijkheid van een ‘wedergeboorte van de tragedie’. In moderne tijd ziet hij daarvan tekenen, overal waar het rationalisme de eigen beperkingen beseft. In de kunst is het vooral de opera van Wagner die de herinnering aan de tragedie doet herleven, maar ook in de wetenschap en filosofie herrijst het tragisch levensgevoel.

In het voetspoor van Nietzsche – mét en tegen hem – blijkt het verlangen naar een wedergeboorte van de tragedie ook uit de geest van het moderne christendom en het christelijk existentialisme. Bij Dostojevski en Unamuno - die in de volgende bijeenkomsten centraal staan - hervinden wij een herwaardering van het dionysische, ook al is het dan in andere, christelijke vorm.

Bijeenkomst 3: Dostojevski in rechtsfilosofisch perspectief
Fjodor Michailovitsj Dostojevski (1821-1881) wordt beschouwd als een van de grootste schrijvers van de negentiende eeuw. Hij is van ongekende invloed geweest op schrijvers en filosofen waaronder Nietzsche, Sartre, Kafka en Camus, auteurs die later in deze leergang uitgebreid aan bod komen.

Claudia Bouteligier geeft een introductie tot de rechtsfilosofische dimensie van Dostojevski. Hiertoe worden het korte verhaal De droom van een belachelijk mens. Een fantastische vertelling (1877) en de roman Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) besproken. Beide werken bevatten kernthema's van Dostojevski. Zijn kritiek op het rationalisme, de strijd tussen het hart en het verstand; de morele wedergeboorte door middel van een droom en ten slotte de inspiratie van christelijke compassie en liefde die tot transformatie en wedergeboorte kan leiden.

Dostojevski's christelijk geïnspireerde boodschap biedt een onmisbare bron van inspiratie. Zijn werk kenmerkt zich door een verlangen naar menselijkheid, naar eenvoud en liefde. Voor het recht zijn deze thema's buitengewoon belangrijk. Het moderne recht is in hoge mate gevormd door het zeventiende- en achttiende-eeuwse Verlichtingsdenken, waarin kennis en wetenschap centraal staan. Dit rationeel- wetenschappelijk denken domineert ook het huidige recht en de rechtswetenschap.

Dostojevski vestigt echter de aandacht op broederschap en aandacht voor de concrete naaste. Op scherpzinnige wijze onthult hij hoe het Verlichtingsdenken de concrete ander tekort doet. Hij toont indringend wat het gevaar is wanneer een persoon zich enkel door zijn rede of door een idee laat leiden en wat er gebeurt wanneer we de ander en de wereld begripsmatig willen vangen en (be)grijpen. Dostojevski confronteert de lezer met gevaarlijke consequenties van het Verlichtingsdenken: de verhouding tot de ander verkilt en versteent, waardoor de wereld van individualisme en vervreemding wordt opgeroepen. Voor het recht betekent dit dat voor menselijkheid en broederschap geen plaats is. Kan dan nog sprake zijn van rechtvaardigheid? In De droom stelt hij expliciet de traditionele legitimatie van staat en recht aan de kaak: die van het sociaal contract van Thomas Hobbes.

Bijeenkomst 4: De grootinquisiteur van Dostojevski
De gebroeders Karamazov is de laatste roman van Dostojevski. Hij schreef het in 1880, een jaar voor zijn dood. Vrijwel alle (post-Siberische) problematieken die hem jarenlang bezig hebben gehouden, heeft hij in dit verhaal verwerkt. Dat maakt De gebroeders Karamazov niet alleen een absoluut hoogtepunt in zijn eigen oeuvre. Vanwege de rijkdom aan thema's en de gelaagdheid ervan beschouwen velen deze roman als een van de grote werken uit de wereldliteratuur.

Naast de kernthema's die eerder aan bod zijn gekomen in De droom en Aantekeningen snijdt Dostojevski in De gebroeders Karamazov andere grote vraagstukken aan. Zo komen onder meer het conflict tussen de rede en geloof, de Russische ziel en het probleem van de theodicee aan de orde. Ook heeft hij in deze roman expliciet juridische onderwerpen opgenomen die belangrijke implicaties hebben voor het denken over recht en rechtvaardigheid.

In het hart van de roman (hoofdstuk 5 uit Boek VI) heeft Dostojevski De legende van de grootinquisiteur opgenomen. In de theaterbijeenkomst staan we stil bij deze beroemde legende over de terugkeer van Christus op aarde en wijze waarop hij door de kerk ontvangen wordt. De grootinquisiteur is een 'verhaal in een verhaal', bedacht en verteld door Ivan Karamazov. Ivan is een typisch dostojevskiaanse jonge intellectueel. Zijn legende verwoordt de opstand van Ivan tegen de wereld die God geschapen heeft. De grootinquisiteur kan niet los worden gezien van het geheel waarin het is opgenomen: de roman De gebroeders Karamazov. Wat is de plaats en de rol van deze legende? Wat is de relatie van het verhaal tot het grotere verhaal van de roman? Vanuit deze vragen legt Claudia Bouteligier de link naar de vorige bijeenkomst over Dostojevski en de rechtsfilosofische betekenis van deze beroemde legende.

Timo Slootweg bespreekt vervolgens de Bijbelse betekenissen en de theologische achtergronden van de legende. De grootinquisiteur richt zich tegen Christus en tegen de geest van de liefde, die hij voor deze wereld niet geschikt acht. Volgens de grootinquisiteur werkt de boodschap van Christus’ boodschap van vrijheid en liefde niet. De grotere gerechtigheid van de liefde is onhaalbaar voor de mens. Het is te elitair. Uit liefde voor de mensheid is een aangepast christendom het hoogst haalbare: een legistisch en juridisch christendom, zonder de last van vrijheid en geweten. Het hoogst haalbare is een barmhartige kerk die voorziet in wat mensen echt willen: vrede en veiligheid, de verzekering van het voortbestaan, door rigide wetten en procedures. Om zijn verhaal kracht bij te zetten, verwijst de grootinquisiteur naar het verhaal van Christus in de woestijn. Na zijn doop ging hij 40 dagen vasten in de woestijn, waar hij bezocht werd door Satan. Christus wees diens drie verzoekingen af, maar nu heeft de kerk ze alsnog aangenomen. Dat is wat de grootinquisiteur Christus verwijt: uit liefde voor de mens had Christus het aanbod van Satan aan moeten nemen.

Bijeenkomst 5: Unamuno over Don Quichot en het tragisch levensgevoel
Miguel de Unamuno (1864-1936) is de filosofische exegeet van Cervantes’ Don Quichot, en in menig opzicht diens eigentijdse personificatie. Net als Quichot bestormt Unamuno de windmolens van de moderniteit en het filosofische rationalisme. Niet in filosofische stelsels maar in poëzie, religie en mystiek is volgens hem de ware levensbeschouwing te vinden. Zijn filosofie weerspiegelt de strijd tussen wat de wereld is volgens de wetenschappelijke rede en wat wij willen dat de wereld is volgens zijn religieus geloof. Inspiratie daarvoor vindt hij bij Don Quichot, die zich niet neerlegt bij de waarheid en wetenschap van de wereld. Verbannen uit zijn vaderland wegens majesteitsschennis en gemangeld door twee dictators, belichaamt deze grote denker en dichter het beste van zijn volk. Unamuno's oeuvre omvat uiteenlopende genres. Zijn magnum opus, Over het tragisch levensgevoel in de mensen en in de volken uit 1912, verscheen in alle talen.

Unamuno is sterk beïnvloed door Blaise Pascal en Søren Kierkegaard. Maar zoals gezegd is ook het tragische denken van Nietzsche voor hem van groot belang. In Het tragisch levensgevoel vestigt hij de aandacht op de concrete mens: de mens van vlees en bloed. Zijn honger naar onsterfelijkheid staat op gespannen voet met zijn verlangen naar kennis. Het verlangen naar het eeuwige leven stelt ons voor het belang van de naastenliefde en de menselijke persoonlijkheid, in het licht waarvan recht en politiek ándere, diepere betekenis krijgen.

Niet ten onrechte wordt Unamuno in verband gesteld met het christelijk existentialisme en wijsgerig ‘personalisme’, een belangrijke twintigste-eeuwse variant van het existentialisme, waartoe ook de grote Nederlandse rechtsgeleerde Paul Scholten behoorde. In de bijeenkomst gaan we na welke relevantie Unamuno’s teksten hebben in ethisch en rechtsfilosofisch opzicht. We gaan in zijn spoor op zoek naar een ‘quichotteske rechtsfilosofie’ die recht doet aan de tragische dimensies van het bestaan.

Bijeenkomst 6: Franz Kafka - ‘Voor de wet’, de parabel in Het Proces
Samen met Dostojevski wordt Franz Kafka (1883-1924) als één van de meest vooraanstaande existentialistische schrijvers aangeduid. In deze bijeenkomst bespreekt Timo Slootweg Kafka’s duistere droomvertelling ‘Voor de wet’, onderdeel van de beroemde novelle Het Proces (1925). Dit ‘verhaal in een verhaal’ kan worden beschouwd als de belangrijkste sleutel tot zijn gehele oeuvre.

In de bijeenkomst wordt het verhaal algemenere, rechtsfilosofische betekenis toegeschreven. Binnen het kader van Het Proces impliceert de rechtsvinding door Jozef K. een mystiek existentieel en literair proces: een psychologisch proces van vertwijfeling en zelfwording. In dit proces wordt de mens die met rechtsvinding belast is tot een persoonlijke en creatieve beslissing aangezet. Daarmee worden recht en gerechtigheid niet slechts ontdekt, maar juist uitgevonden en geschapen. Rechtsvinding is een kunstvorm die met ‘vrees en beven’ gepaard gaat. Dat is waarom Jozef K. uiteindelijk niet opgewassen is hiervoor en waarom hij uiteindelijk onder de last van dit proces bezwijkt. In ‘Voor de wet’ exploreert Kafka het poëtisch potentieel dat gelegen is in het ‘fantastische’ fenomeen van de bureaucratie, en in het schijnbaar prozaïsche of zelfs anti-poëtische verschijnsel van het recht. De angstwekkende confrontatie met de wet (de arrestatie van Jozef K.) blijkt de tragische en paradoxale aanstoot tot een existentiële esthetica, en tot de ontwikkeling van een poëtische ethiek van rechtvaardigheid.

Bijeenkomst 7: Het noodzakelijke verhaal: Walging van Sartre
Wij leven in en met verhalen. Door middel van verhalen geven wij niet alleen vorm aan onszelf en ons eigen leven, maar ook aan de ander en de werkelijkheid om ons heen. In de zesde bijeenkomst staat een roman centraal die handelt over deze menselijke drang tot narrativiteit: Walging (La Nausée, 1938) van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980). Deze in dagboekvorm geschreven roman biedt prachtige inzichten over de werking van verhalen en de existentiële keuze als het aankomt op het vertellen ervan. In Walging laat Sartre de lezer reflecteren op deze vaak als vanzelfsprekend aangenomen narrativiteit.

De neiging om verhalen te vertellen hangt zeer nauw samen met onze omgang met de werkelijkheid. Dostojevski's ondergrondse man wees reeds op de behoefte van de mens aan ordening, aan begrip en noodzakelijkheid in de wereld om ons heen. Maar wat als die wereld volstrekt willekeurig en betekenisloos is en geen enkele ordening heeft? Claudia Bouteligier bespreekt deze en andere implicaties die uit het denken van de wellicht meest bekende existentialistische filosoof naar voren komen.

Bijeenkomst 8: Camus en de Vreemdeling: recht, empathie en het absurde
Tijdens deze bijeenkomst bespreekt Claudia Bouteligier De vreemdeling (L'Étranger, 1942) van de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960). Deze ogenschijnlijk eenvoudige, maar zeer rijke roman is buitengewoon relevant voor reflectie op het recht. Binnen 'Recht en literatuur' is veel geschreven over De vreemdeling (zoals door Richard Weisberg in zijn boek The Failure of the Word: The Protagonist as Lawyer in Modern Fiction, New Haven/London: Yale University Press 1984). Leidende kernconcepten (en legitimaties) van 'Recht en literatuur' komen helder naar voren, met name het belang empathie en inlevingsvermogen. Het verhaal van Meursault, de protagonist van De vreemdeling, toont een onmenselijke kant van het recht en het gevolg daarvan wanneer empathie en inlevingsvermogen ontbreken: er wordt onrecht gedaan.

In deze bijeenkomst verkennen wij een andere benadering: namelijk dat Camus juist het problematische karakter van inleving en empathie aan de kaak stelt. Leiden inlevingsvermogen en empathie inderdaad tot rechtvaardigheid, zoals in ‘Recht en literatuur’ wordt betoogd? Camus is in zijn werk diepgaand beïnvloed door zowel Dostojevski als Nietzsche. Thematieken van eerdere bijeenkomsten, waaronder de vergeten persoon in het recht en de reducerende werking van de narratio, worden treffend verbeeld in De vreemdeling.

Bijeenkomsten
1. Inleiding: Paul Scholten over recht en levensbeschouwing
2. Nietzsche en tragedie: Over Aeschylus’ Prometheus en de erfenis van Plato en Aristoteles
3. Dostojevski: Aantekeningen uit het ondergrondse en De droom van een belachelijk mens
4. Dostojevski: De legende van de grootinquisiteur
5. Unamuno: Don Quichot en het tragisch levensgevoel
6.Kafka: Voor de wet (Het proces)                                                                  
7. Sartre: Walging
8. Camus: De vreemdeling

Programma

Bijeenkomst 1: Inleiding: Paul Scholten over Recht en levensbeschouwing
Deze bijeenkomst heeft een inleidend karakter. Deelnemers hebben geen voorkennis nodig in Recht en Literatuur of Rechtsfilosofie. Desgewenst kan na afloop het eerste hoofdstuk van het cursusboek bestudeerd worden.

Wat heeft recht, de wetgeving en de rechtsvinding door de rechter, überhaupt met levensbeschouwing te maken? Voordat wij in het levensbeschouwelijke existentialisme gaan verdiepen, zullen we - ter inleiding - stilstaan bij deze belangrijke vraag. Dat beide in nauw verband zouden staan is niet vanzelfsprekend. Paul Scholten (1875-1946) heeft op overtuigende wijze aangetoond dat beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en dat men het recht en de levensbeschouwing ernstig schaadt indien men dit verband niet helder voor ogen ziet.  Scholten voert een polemiek met het rationalisme in het recht; meer bepaalt bestrijdt de chronisch positivistische benaderingswijze. Het staat in de weg van een wijze en gewetensvolle rechtsvinding.

Bijeenkomst 2: Nietzsche over kunst en tragedie
Wat hebben levensbeschouwing en kunst met elkaar te maken?  Waarom zouden ook recht en politiek als een vorm van kunst moeten worden beschouwd? Kennen recht en rechtsvinding wellicht ook een esthetische dimensie?

In deze bijeenkomst lezen we het beroemde De geboorte van de tragedie (1872) van Friedrich Nietzsche (1844-1900), die voor de ontwikkeling van het existentialisme en de tegenwoordige filosofie van onschatbare waarde is geweest. Dit uiterst prikkelende werk gaat over de opkomst en neergang van de Griekse tragedie als kunstvorm, als dichterlijke denkwijze en wereldbeschouwing. De Griekse tragedie van de 5e eeuw voor Christus was een unieke en vitale combinatie van het ‘apollinische’ en het ‘dionysische’ die echter maar kort bestaan heeft. Het Griekse rationalisme van Plato en Aristoteles verdrong de hartstocht die voor deze kunstvorm van essentiële betekenis was. Dat het tragisch besef moest plaatsmaken voor filosofie en moraliteit, voor de logica en het verstand beschouwt Nietzsche als een neergang met grote gevolgen. Een levensvijandige, apollinische energie werd sindsdien heer en meester, ten koste van de tragische levenskunst. Onder invloed van het ‘wijsgerig socratisme’ zouden politiek en recht voor lange tijd gespeend blijven van hun esthetische dimensie. Hun intrinsieke correlatie - de kunst als vitaal supplement van wijsheid en wetenschap – zou voor lange tijd aan het zicht onttrokken blijven. In het belang van een vitale cultuur zoekt Nietzsche naar de mogelijkheid van een ‘wedergeboorte van de tragedie’. In moderne tijd ziet hij daarvan tekenen, overal waar het rationalisme de eigen beperkingen beseft. In de kunst is het vooral de opera van Wagner die de herinnering aan de tragedie doet herleven, maar ook in de wetenschap en filosofie herrijst het tragisch levensgevoel.

In het voetspoor van Nietzsche – mét en tegen hem – blijkt het verlangen naar een wedergeboorte van de tragedie ook uit de geest van het moderne christendom en het christelijk existentialisme. Bij Dostojevski en Unamuno - die in de volgende bijeenkomsten centraal staan - hervinden wij een herwaardering van het dionysische, ook al is het dan in andere, christelijke vorm.

Bijeenkomst 3: Dostojevski in rechtsfilosofisch perspectief
Fjodor Michailovitsj Dostojevski (1821-1881) wordt beschouwd als een van de grootste schrijvers van de negentiende eeuw. Hij is van ongekende invloed geweest op schrijvers en filosofen waaronder Nietzsche, Sartre, Kafka en Camus, auteurs die later in deze leergang uitgebreid aan bod komen.

Claudia Bouteligier geeft een introductie tot de rechtsfilosofische dimensie van Dostojevski. Hiertoe worden het korte verhaal De droom van een belachelijk mens. Een fantastische vertelling (1877) en de roman Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) besproken. Beide werken bevatten kernthema's van Dostojevski. Zijn kritiek op het rationalisme, de strijd tussen het hart en het verstand; de morele wedergeboorte door middel van een droom en ten slotte de inspiratie van christelijke compassie en liefde die tot transformatie en wedergeboorte kan leiden.

Dostojevski's christelijk geïnspireerde boodschap biedt een onmisbare bron van inspiratie. Zijn werk kenmerkt zich door een verlangen naar menselijkheid, naar eenvoud en liefde. Voor het recht zijn deze thema's buitengewoon belangrijk. Het moderne recht is in hoge mate gevormd door het zeventiende- en achttiende-eeuwse Verlichtingsdenken, waarin kennis en wetenschap centraal staan. Dit rationeel- wetenschappelijk denken domineert ook het huidige recht en de rechtswetenschap.

Dostojevski vestigt echter de aandacht op broederschap en aandacht voor de concrete naaste. Op scherpzinnige wijze onthult hij hoe het Verlichtingsdenken de concrete ander tekort doet. Hij toont indringend wat het gevaar is wanneer een persoon zich enkel door zijn rede of door een idee laat leiden en wat er gebeurt wanneer we de ander en de wereld begripsmatig willen vangen en (be)grijpen. Dostojevski confronteert de lezer met gevaarlijke consequenties van het Verlichtingsdenken: de verhouding tot de ander verkilt en versteent, waardoor de wereld van individualisme en vervreemding wordt opgeroepen. Voor het recht betekent dit dat voor menselijkheid en broederschap geen plaats is. Kan dan nog sprake zijn van rechtvaardigheid? In De droom stelt hij expliciet de traditionele legitimatie van staat en recht aan de kaak: die van het sociaal contract van Thomas Hobbes.

Bijeenkomst 4: De grootinquisiteur van Dostojevski
De gebroeders Karamazov is de laatste roman van Dostojevski. Hij schreef het in 1880, een jaar voor zijn dood. Vrijwel alle (post-Siberische) problematieken die hem jarenlang bezig hebben gehouden, heeft hij in dit verhaal verwerkt. Dat maakt De gebroeders Karamazov niet alleen een absoluut hoogtepunt in zijn eigen oeuvre. Vanwege de rijkdom aan thema's en de gelaagdheid ervan beschouwen velen deze roman als een van de grote werken uit de wereldliteratuur.

Naast de kernthema's die eerder aan bod zijn gekomen in De droom en Aantekeningen snijdt Dostojevski in De gebroeders Karamazov andere grote vraagstukken aan. Zo komen onder meer het conflict tussen de rede en geloof, de Russische ziel en het probleem van de theodicee aan de orde. Ook heeft hij in deze roman expliciet juridische onderwerpen opgenomen die belangrijke implicaties hebben voor het denken over recht en rechtvaardigheid.

In het hart van de roman (hoofdstuk 5 uit Boek VI) heeft Dostojevski De legende van de grootinquisiteur opgenomen. In de theaterbijeenkomst staan we stil bij deze beroemde legende over de terugkeer van Christus op aarde en wijze waarop hij door de kerk ontvangen wordt. De grootinquisiteur is een 'verhaal in een verhaal', bedacht en verteld door Ivan Karamazov. Ivan is een typisch dostojevskiaanse jonge intellectueel. Zijn legende verwoordt de opstand van Ivan tegen de wereld die God geschapen heeft. De grootinquisiteur kan niet los worden gezien van het geheel waarin het is opgenomen: de roman De gebroeders Karamazov. Wat is de plaats en de rol van deze legende? Wat is de relatie van het verhaal tot het grotere verhaal van de roman? Vanuit deze vragen legt Claudia Bouteligier de link naar de vorige bijeenkomst over Dostojevski en de rechtsfilosofische betekenis van deze beroemde legende.

Timo Slootweg bespreekt vervolgens de Bijbelse betekenissen en de theologische achtergronden van de legende. De grootinquisiteur richt zich tegen Christus en tegen de geest van de liefde, die hij voor deze wereld niet geschikt acht. Volgens de grootinquisiteur werkt de boodschap van Christus’ boodschap van vrijheid en liefde niet. De grotere gerechtigheid van de liefde is onhaalbaar voor de mens. Het is te elitair. Uit liefde voor de mensheid is een aangepast christendom het hoogst haalbare: een legistisch en juridisch christendom, zonder de last van vrijheid en geweten. Het hoogst haalbare is een barmhartige kerk die voorziet in wat mensen echt willen: vrede en veiligheid, de verzekering van het voortbestaan, door rigide wetten en procedures. Om zijn verhaal kracht bij te zetten, verwijst de grootinquisiteur naar het verhaal van Christus in de woestijn. Na zijn doop ging hij 40 dagen vasten in de woestijn, waar hij bezocht werd door Satan. Christus wees diens drie verzoekingen af, maar nu heeft de kerk ze alsnog aangenomen. Dat is wat de grootinquisiteur Christus verwijt: uit liefde voor de mens had Christus het aanbod van Satan aan moeten nemen.

Bijeenkomst 5: Unamuno over Don Quichot en het tragisch levensgevoel
Miguel de Unamuno (1864-1936) is de filosofische exegeet van Cervantes’ Don Quichot, en in menig opzicht diens eigentijdse personificatie. Net als Quichot bestormt Unamuno de windmolens van de moderniteit en het filosofische rationalisme. Niet in filosofische stelsels maar in poëzie, religie en mystiek is volgens hem de ware levensbeschouwing te vinden. Zijn filosofie weerspiegelt de strijd tussen wat de wereld is volgens de wetenschappelijke rede en wat wij willen dat de wereld is volgens zijn religieus geloof. Inspiratie daarvoor vindt hij bij Don Quichot, die zich niet neerlegt bij de waarheid en wetenschap van de wereld. Verbannen uit zijn vaderland wegens majesteitsschennis en gemangeld door twee dictators, belichaamt deze grote denker en dichter het beste van zijn volk. Unamuno's oeuvre omvat uiteenlopende genres. Zijn magnum opus, Over het tragisch levensgevoel in de mensen en in de volken uit 1912, verscheen in alle talen.

Unamuno is sterk beïnvloed door Blaise Pascal en Søren Kierkegaard. Maar zoals gezegd is ook het tragische denken van Nietzsche voor hem van groot belang. In Het tragisch levensgevoel vestigt hij de aandacht op de concrete mens: de mens van vlees en bloed. Zijn honger naar onsterfelijkheid staat op gespannen voet met zijn verlangen naar kennis. Het verlangen naar het eeuwige leven stelt ons voor het belang van de naastenliefde en de menselijke persoonlijkheid, in het licht waarvan recht en politiek ándere, diepere betekenis krijgen.

Niet ten onrechte wordt Unamuno in verband gesteld met het christelijk existentialisme en wijsgerig ‘personalisme’, een belangrijke twintigste-eeuwse variant van het existentialisme, waartoe ook de grote Nederlandse rechtsgeleerde Paul Scholten behoorde. In de bijeenkomst gaan we na welke relevantie Unamuno’s teksten hebben in ethisch en rechtsfilosofisch opzicht. We gaan in zijn spoor op zoek naar een ‘quichotteske rechtsfilosofie’ die recht doet aan de tragische dimensies van het bestaan.

Bijeenkomst 6: Franz Kafka - ‘Voor de wet’, de parabel in Het Proces
Samen met Dostojevski wordt Franz Kafka (1883-1924) als één van de meest vooraanstaande existentialistische schrijvers aangeduid. In deze bijeenkomst bespreekt Timo Slootweg Kafka’s duistere droomvertelling ‘Voor de wet’, onderdeel van de beroemde novelle Het Proces (1925). Dit ‘verhaal in een verhaal’ kan worden beschouwd als de belangrijkste sleutel tot zijn gehele oeuvre.

In de bijeenkomst wordt het verhaal algemenere, rechtsfilosofische betekenis toegeschreven. Binnen het kader van Het Proces impliceert de rechtsvinding door Jozef K. een mystiek existentieel en literair proces: een psychologisch proces van vertwijfeling en zelfwording. In dit proces wordt de mens die met rechtsvinding belast is tot een persoonlijke en creatieve beslissing aangezet. Daarmee worden recht en gerechtigheid niet slechts ontdekt, maar juist uitgevonden en geschapen. Rechtsvinding is een kunstvorm die met ‘vrees en beven’ gepaard gaat. Dat is waarom Jozef K. uiteindelijk niet opgewassen is hiervoor en waarom hij uiteindelijk onder de last van dit proces bezwijkt. In ‘Voor de wet’ exploreert Kafka het poëtisch potentieel dat gelegen is in het ‘fantastische’ fenomeen van de bureaucratie, en in het schijnbaar prozaïsche of zelfs anti-poëtische verschijnsel van het recht. De angstwekkende confrontatie met de wet (de arrestatie van Jozef K.) blijkt de tragische en paradoxale aanstoot tot een existentiële esthetica, en tot de ontwikkeling van een poëtische ethiek van rechtvaardigheid.

Bijeenkomst 7: Het noodzakelijke verhaal: Walging van Sartre
Wij leven in en met verhalen. Door middel van verhalen geven wij niet alleen vorm aan onszelf en ons eigen leven, maar ook aan de ander en de werkelijkheid om ons heen. In de zesde bijeenkomst staat een roman centraal die handelt over deze menselijke drang tot narrativiteit: Walging (La Nausée, 1938) van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980). Deze in dagboekvorm geschreven roman biedt prachtige inzichten over de werking van verhalen en de existentiële keuze als het aankomt op het vertellen ervan. In Walging laat Sartre de lezer reflecteren op deze vaak als vanzelfsprekend aangenomen narrativiteit.

De neiging om verhalen te vertellen hangt zeer nauw samen met onze omgang met de werkelijkheid. Dostojevski's ondergrondse man wees reeds op de behoefte van de mens aan ordening, aan begrip en noodzakelijkheid in de wereld om ons heen. Maar wat als die wereld volstrekt willekeurig en betekenisloos is en geen enkele ordening heeft? Claudia Bouteligier bespreekt deze en andere implicaties die uit het denken van de wellicht meest bekende existentialistische filosoof naar voren komen.

Bijeenkomst 8: Camus en de Vreemdeling: recht, empathie en het absurde
Tijdens deze bijeenkomst bespreekt Claudia Bouteligier De vreemdeling (L'Étranger, 1942) van de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960). Deze ogenschijnlijk eenvoudige, maar zeer rijke roman is buitengewoon relevant voor reflectie op het recht. Binnen 'Recht en literatuur' is veel geschreven over De vreemdeling (zoals door Richard Weisberg in zijn boek The Failure of the Word: The Protagonist as Lawyer in Modern Fiction, New Haven/London: Yale University Press 1984). Leidende kernconcepten (en legitimaties) van 'Recht en literatuur' komen helder naar voren, met name het belang empathie en inlevingsvermogen. Het verhaal van Meursault, de protagonist van De vreemdeling, toont een onmenselijke kant van het recht en het gevolg daarvan wanneer empathie en inlevingsvermogen ontbreken: er wordt onrecht gedaan.

In deze bijeenkomst verkennen wij een andere benadering: namelijk dat Camus juist het problematische karakter van inleving en empathie aan de kaak stelt. Leiden inlevingsvermogen en empathie inderdaad tot rechtvaardigheid, zoals in ‘Recht en literatuur’ wordt betoogd? Camus is in zijn werk diepgaand beïnvloed door zowel Dostojevski als Nietzsche. Thematieken van eerdere bijeenkomsten, waaronder de vergeten persoon in het recht en de reducerende werking van de narratio, worden treffend verbeeld in De vreemdeling.



 

mr. C. Bouteligier - Juridisch PAO Leiden
Docent
mr. dr. C. Bouteligier
...
dr. T.J.M. Slootweg pao leiden
Docent
dr. T.J.M. Slootweg
...


Het webinar vindt online plaats.

Nadere informatie over toegang tot het webinar volgt na inschrijving.

Dit jaar zal de leergang worden aangeboden als online leergang!
De gehele leergang: €450,-, inclusief het cursusboek Claudia Bouteligier & Timo Slootweg, Recht en existentie in filosofie en literatuur, Turnhout: Gompel&Svacina, 2018
Per bijeenkomst: €80,-, zonder cursusboek

Doelgroep
De leergang staat open voor zowel alumni als juridische professionals (o.m. uit de advocatuur en de rechterlijke macht). Voor professionals geldt dat zij gecertificeerde PAO-punten kunnen behalen. Iedere afzonderlijke bijeenkomst staat voor 2 punten; bij het volgen van de gehele reeks zijn 16 punten te behalen. ‘Recht en existentialisme in filosofie en literatuur’ werd eerder verzorgd als lezingenreeks van Recht en Literatuur (voorheen Recht en Literatuur Leiden). Wegens de overweldigende belangstelling wordt deze bijzondere leergang nu in samenwerking met Juridisch PAO Leiden voor de derde keer verzorgd.

Literatuur
Cursusboek. In deze cursus maken we gebruik van een cursusboek: Claudia Bouteligier & Timo Slootweg, Recht en existentie in filosofie en literatuur, Turnhout: Gompel&Svacina, 2020. De primaire literatuur die besproken wordt staat voor de start van de bijeenkomsten voor u klaar bij de documenten van de leergang in uw Mijn Juridisch PAO account. U bent vrij om een vertaling/uitgave naar keuze te lezen van de werken die in  de bijeenkomsten worden besproken. In uw Mijn Juridisch PAO account vindt u de online gratis Engelse vertalingen van de romans. Desgewenst  kunt u het cursusboek na afloop van de lezingen raadplegen. De desbetreffende hoofdstukken hoeft u dus niet per se op voorhand van de bijeenkomsten te bestuderen.

Maak hier uw keuze

  • 30 oktober 2020
  • 20 november 2020
  • 18 december 2020
  • 22 januari 2021
  • 12 februari 2021
  • 19 maart 2021
  • 23 april 2021
  • 21 mei 2021
Voltekend
Neem contact op
Vooraankondiging

Er wordt gecontroleerd of het mogelijk is om in te schrijven