• Startdatum:
  • 20 januari 2023
  • Cursusduur:
  • 1 dag
  • Rechtsgebied:
  • Jeugdrecht
  • Soort:
  • Congres
  • Accreditaties
  • NOVA:
  • 5

Over het congres

In september is het rapport van de eindevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen gepubliceerd, waarin uitvoerig is onderzocht of de doelen van de wet gerealiseerd zijn en in welke mate de uitvoering van deze wet wordt beïnvloed door contextfactoren. Op het congres staan de bevindingen en aanbevelingen uit dit rapport centraal. We zullen vanuit verschillende perspectieven op deze zaken reflecteren en in gesprek gaan over de vraag: hoe nu verder? We nodigen u van harte uit om deel te nemen aan dit interactieve congres, georganiseerd door de afdeling Jeugdrecht met medewerking van het Ministerie van Justitie & Veiligheid.

(Hoofd)docent(en)

Prof. mr. drs. M.R. (Mariëlle) Bruning, hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden

Prof. mr. J. (Jolande) uit Beijerse, hoogleraar Justitiële Jeugdinterventies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Mr. dr. K.A.M. (Kartica) van der Zon, universitair docent Familie- en jeugdrecht aan de Universiteit Leiden

Dr. D.J.H. (Daisy) Smeets, universitair docent Forensische gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden

Doelgroep
Advocaten, rechters, medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en gecertificeerde instellingen, wetenschappers, beleidsmakers en andere professionals uit de jeugdbeschermingspraktijk.

Niveau
Basiskennis omtrent het jeugdbeschermingsstelsel wordt verondersteld. Enige praktijkervaring met het jeugdbeschermingsstelsel is gewenst.


NOvA-punten
Het congres is geaccrediteerd met 5 opleidingspunten van de NOvA (‘PO-punten’).


Mogelijkheden onderwijs op afstand   

Bij dit congres is deelnemen op afstand helaas niet mogelijk.


Heeft u nog vragen?

Wij beantwoorden ze graag.

Per mail: pao@law.leidenuniv.nl
Telefonisch: 071 527 8666
Alle contactgegevens

Zie ook: paoleiden.nl/veelgestelde-vragen

Vrijdag 20 januari 2023

9:30  –  10:00    Ontvangst en registratie

10:00 – 10:20    Opening Congres

10:20 – 11:00    Plenaire lezing onderzoekers Eindevaluatie Wet herziening
kinderbeschermingsmaatregelen

11:00 – 11:15     Kinderbeschermingsmaatregelen vanuit het perspectief van jeugdigen door Hannah Hollestelle, voorzitter Stichting ExpEx

11:15 – 11:35    Pauze

11:35 – 12:15     Plenaire lezing prof. J. (Jolande) uit Beijerse (Erasmus Universiteit Rotterdam)

12:15 – 13:00    Paneldiscussie met vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instelling, rechtelijke macht en advocatuur

13:00 – 14:00    Pauze

14:00 – 15:15     Workshopronde 1          

15:15 – 15:30     Pauze

15:30 – 16:45     Workshopronde 2

16:45 – 18:00     Borrel

 

Workshops ronde 1: 14:00 - 15:15

1. Het drangkader tussen vrijwillige en gedwongen hulp

mr. dr. D.S. (Denise) Verkroost

In de tussenevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen van 2018 werd opgemerkt dat de grens tussen vrijwillige en gedwongen hulpverlening met het bestaan van drangtrajecten ‘eerder vertroebelt dan verduidelijkt’. In de Eindevaluatie Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen wordt een medewerker van een GI geciteerd: “Ouders ervaren drang niet als vrijwillig, maar het komt over als gedwongen hulp.” Drang leidt tot zorgen en roept vragen op ten aanzien van de rechtswaarborgen, zo concluderen de onderzoekers. Hoe kunnen zorgen over de rechtswaarborgen bij drangtrajecten worden weggenomen en kan de troebele grens tussen vrijwillig en gedwongen worden verduidelijkt? Tijdens deze workshop wordt, aan de hand van de bevindingen van het recent gepubliceerde proefschrift ‘Met zachte drang’, ingezoomd op de aansluiting van het vrijwillige en gedwongen kader van jeugdhulpverlening en drangtrajecten.

2. Kinderbeschermingsmaatregelen en complexe scheidingen

mr. dr. A.J. (Adri) van Montfoort

Het aantal maatregelen voor situaties van een complexe scheiding is de laatste jaren sterk toegenomen. Jeugdbeschermers worstelen vaak met dergelijke zaken waarin de conflicten tussen twee ouders als ex-partners de boventoon voeren en ouders hoge verwachtingen hebben van de maatregel in de zin dat daarmee bijvoorbeeld (meer) omgang met hun kind kan worden gerealiseerd. Het is de vraag in hoeverre een maatregel van OTS effectief is voor dergelijke zaken. Verder is het de vraag of een machtiging uithuisplaatsing of een maatregel van gezagsbeeindiging passend en gelegitimeerd is. En hoe verhoudt het jeugdbeschermingsrecht zich tot het familierecht in situaties van complexe scheidingen? Moeten situaties van complexe scheidingen buiten het jeugdbeschermingsrecht worden gehouden en zo ja, hoe is dat te realiseren? Deze vragen staan centraal in deze workshop.

3. Perspectieven op rechtsbescherming: een eerste beeld

mr. M.J.E. (Marike) Lenglet & mr. H.J. (Jolien) van Boven

Verbetering van de rechtsbescherming van ouders en jeugdigen in de jeugdbescherming staat hoog op de politieke agenda. De Minister voor Rechtsbescherming werkt aan een plan van aanpak voor een programma voor de verbetering van rechtsbescherming in de jeugdbescherming. Maar wat houdt rechtsbescherming eigenlijk in? Verstaan de verschillende betrokkenen in de jeugdbescherming eigenlijk hetzelfde onder dit begrip? Om tot een duurzame verbetering van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming te kunnen komen, is allereerst inzicht vereist in de perspectieven op rechtsbescherming. Pas als duidelijk is wat zij onder rechtsbescherming verstaan en wat er op dit vlak volgens hen goed gaat of beter moet, kan gewerkt worden aan die verbetering. Om de perspectieven – althans een eerste beeld daarvan – op te halen, hebben wij verschillende betrokkenen in de jeugdbescherming geïnterviewd, namelijk: ouders, jeugdigen, professionals, rechters en advocaten. Vervolgens hebben we hun perspectieven in kaart gebracht in een rapportage. In deze workshop presenteren wij de verschillende perspectieven en gaan we graag met u in gesprek over het vervolg op dit verkennende onderzoek: wat betekenen de verschillende perspectieven voor de manier waarop de rechtsbescherming verbeterd dient te worden en hoe ziet die verbetering eruit?

4. Juridische versus pedagogische taal in de kinderbescherming

dr. D.J.H. (Daisy) Smeets

In deze workshop gaan we in gesprek over hoe juristen vs. pedagogen de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen benaderen en toepassen. In de eindevaluatie is naar voren gekomen dat het pedagogische standpunt in een zaak niet altijd overeenkomt met de juridische gronden die in de wet staan. Denk bijvoorbeeld aan het beëindigen van gezag: hoewel er juridisch gezien voldaan kan worden aan de gronden voor deze maatregel, wordt hier om pedagogische redenen niet altijd voor gekozen. In de onderbouwing voor de maatregel die wél geschikt is (en verzocht wordt), staan vaak pedagogische begrippen centraal, zoals ‘hechting’. Maar in hoeverre hebben juristen kennis van deze concepten? En hoe beïnvloedt dit de manier waarop zij de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen toepassen? Andersom is voor pedagogen wellicht niet altijd even duidelijk wat de juridische grondslag voor elke maatregel is en welke procedure er wettelijk gezien gevolgd moet worden. In deze workshop gaan we in gesprek over deze verschillen tussen juristen en pedagogen. Hoe groot zijn de verschillen tussen deze twee groepen die allebei met de wet werken? Spreken we elkaars taal voldoende? Of is er sprake van een kloof, en zo ja, wat kunnen we doen om die te dichten?

Plenaire presentaties:

Mr. dr. K.A.M. (Kartica) van der Zon en Dr. D.J.H. (Daisy) Smeets presenteren de conclusies van de Eindevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen.

Prof. J. (Jolande) uit Beijerse reflecteert op de conclusies van de Eindevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen.

Hannah Hollestelle is voorzitter van Stichting ExpEx, een organisatie die stimuleert en faciliteert dat jongeren uit de jeugdzorg worden getraind als ervaringsdeskundige, zodat zij vanuit hun ervaring advies kunnen geven. Puttend uit de ervaringen van jeugdigen die zijn aangesloten bij ExpEx, gaat zij in op de kinderbeschermingsmaatregelen vanuit het perspectief van jeugdigen. 

Vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instelling, rechtelijke macht en advocatuur gaan tijdens de paneldiscussie nader in op de conclusies van de Eindevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen.

 

Workshops Ronde 2: 15:30 - 16:45

1. Versterking pleegzorg

mr. dr. K.A.M. (Kartica) van der Zon & P. (Peter) van der Loo

Een van de centrale thema’s in de jeugdzorg is het doel om kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien. Dat ziet in de eerste plaats op het voorkomen van uithuisplaatsingen. Als dat evenwel niet lukt heeft het de voorkeur om kinderen zoveel mogelijk op een gezinsvervangende plek te plaatsen. Sinds 2015 is deze voorkeur voor een gezinsvervangende plek ook in de Jeugdwet opgenomen. Die wettelijke verankering heeft er echter niet toe geleid dat kinderen vaker in een pleeggezin of gezinshuis komen. In het afgelopen jaar is het aantal pleegzorgplaatsingen zelfs afgenomen. De inspanningen van het ministerie op dit vlak lijken vooral gericht op het werven van nieuwe pleeggezinnen. Moet er niet veel meer aandacht komen voor het ondersteunen bestaande pleeg- en gezinshuisouders? Op welke wijze kunnen pleeggezinnen en gezinshuizen beter worden ondersteund, zodat pleeg- en gezinshuisouders het langer volhouden en breakdowns van de plaatsing voorkomen kunnen worden? En in hoeverre moet de positie van gezinshuisouders gelijk worden getrokken met die van pleegouders?

2. Rechtsbijstand bij uithuisplaatsingen

mr. R. (Reinier) Feiner

Centraal in de eindevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen staan de problemen in het huidige jeugdhulpstelsel. Dat roept de vraag op of uithuisplaatsingen in de huidige praktijk gerechtvaardigd kunnen worden. Met de vergaande inbreuk die een uithuisplaatsing maakt op het gezinsleven van betrokkenen en de grote problemen in het jeugdhulpstelsel is juridische bijstand bij een uithuisplaatsing belangrijker dan ooit. Anders dan in ons omringende landen krijgen betrokkenen bij een uithuisplaatsing in Nederland echter geen verplichte rechtsbijstand (tenzij het gaat om gesloten jeugdhulp). De Minister voor Rechtsbescherming heeft naar aanleiding van de resultaten uit de eindevaluatie aangekondigd dat dit gaat veranderen. Hoe moet deze rechtsbijstand bij een uithuisplaatsing eruit gaan zien? Moeten ouders en kind ieder een eigen advocaat krijgen en wat is precies de rol van de advocaat bij een uithuisplaatsing? Daarover zal in deze workshop worden gesproken.

3. De civiele kinderrechter: te passief?

mr. A.C. (Toos) Enkelaar

De rol van de kinderrechter is sinds 1995 veranderd. Tot 1995 had de kinderrechter een actieve rol; hij hield zich ook bezig met beslissingen over de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en hield een wekelijks informeel spreekuur waar ouders, kinderen en jeugdbeschermers terecht konden. Vanaf 1995 is de kinderrechter lijdelijk en kan deze nog enkel beslissen op verzoeken tot een (verlenging) van een maatregel. In 2015 is er weer een geschillenregeling ingevoerd, maar die blijkt in de praktijk nauwelijks te worden gebruikt. Wel is in de rechtspraak te zien dat kinderrechters in het licht van de huidige problemen bij de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen de laatste jaren soms de grenzen van hun (beperkte) bevoegdheden opzoeken door bijvoorbeeld een maatregel slechts voor een korte periode uit te spreken, zodat de kinderrechter sneller opnieuw moet toetsen. In ons omringende landen hebben kinderrechters een actievere rol. Het is de vraag of het wenselijk is om ook in Nederland de rol van de kinderrechter actiever te maken, onder meer vanuit het streven naar een verbetering van rechtsbescherming bij jeugdbescherming, en zo ja, hoe ver dit zou moeten gaan en hoe zich dit verhoudt tot de rol die de kinderrechter tot 1995 had. In deze workshop zal hier nader op worden ingegaan.

4. Aanvaardbare termijn

dr. J.I. (Joost) Huijer

De belangrijkste wijziging in de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen betrof de invoering van de aanvaardbare termijn. Hoewel de invoering van deze termijn ervoor heeft gezorgd dat het kind meer centraal is komen te staan in de besluitvorming, is er ook veel discussie over de invulling van de termijn. Bovendien zijn er veel situaties waarin toepassing van de aanvaardbare termijn niet te rechtvaardigen lijkt, bijvoorbeeld doordat de hulpverlening niet van de grond is gekomen. In de praktijk blijkt het aantal gezagsbeëindigingen in de afgelopen jaren dan ook drastisch te zijn afgenomen. Hoe moeten we in de toekomst omgaan met de aanvaardbare termijn? Wat is de rol van het perspectiefbesluit? En is er behoefte aan een tussenmaatregel tussen OTS en gezagsbeëindiging? Daar zal in deze werkgroep bij stil worden gestaan.

Docent
prof. mr. J uit Beijerse
...
Docent
mr. H.J. van Boven
...
prof. mr. M.R. Bruning - Docent bij Juridisch PAO Leiden
Docent
prof. dr. M.R. Bruning
...
Docent
mr. A.C. Enkelaar
...
Docent
mr. R. Feiner
...
Docent
H. Hollestelle
...
Docent
dr. J.I. Huijer
...
Docent
mr. M.J.E. Lenglet
...
Docent
P. van der Loo
...
Docent
mr. dr. A.J. van Montfoort
...
Docent
dr. D.J.H. Smeets
...
Docent
mr. D.S. Verkroost
...
Docent
mr. K.A.M. van der Zon
...
Kamerlingh Onnes Gebouw

Steenschuur 25, 2311 ES LEIDEN


Professional met PO punten € 100,-
Kortingstarief professional zonder PO punten € 25,-
Kortingstarief overige zonder PO punten € 25,-
Kortingstarief studenten en aio's € 10,-
Kortingstarief voor genodigden € 0,-

Tarieven zijn vrij van BTW

Inclusief lunch, consumpties en digitaal cursusmateriaal. Dit congres wordt mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Ministerie van Justitie & Veiligheid.

Maak hier uw keuze

Voltekend
Neem contact op
Vooraankondiging

Er wordt gecontroleerd of het mogelijk is om in te schrijven