Start 16 april 2018 van 14.30 tot 21.45 uur, Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden
42 PO NOvA

De cursus zal dit jaar gericht zijn op kennisoverdracht op het terrein van het cassatieprocesrecht. Daarnaast zullen de inleiders met regelmaat een oud of nieuw arrest bespreken vanuit de cassatietechniek, en een oefenelement inbrengen met het oog op het concipiëren van een cassatiemiddel. U kunt zich in het kader van de permanente educatie ook voor de losse blokken aanmelden!

 ORDE PO 42 Schrijfunuin Button 
indien u zich voor één of enkele blokken wenst aan te melden, gelieve dat in het inschrijfformulier bij veld Opmerkingen aan te geven!
 

 

Toelichting

1. Inleiding

De cursus is ontworpen met het oog op de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad als bedoeld in artikel 9j Advocatenwet als ook met het oog op het examen en de proeve van bekwaamheid als bedoeld in afdeling 4.2 van de Verordening op de advocatuur.

Deze regelgeving vindt zijn oorsprong in de Wet versterking cassatierechtspraak:

“Deze wet is erop gericht de Hoge Raad in staat te stellen zich als cassatierechter te concentreren op zijn kerntaken. Een adequate uitvoering van deze kerntaken staat onder druk door het instellen van cassatieberoep in zaken die zich niet lenen voor een beoordeling in cassatie, en doordat sommige kwesties waarin een uitspraak van de Hoge Raad wenselijk is, de Hoge Raad niet of niet tijdig bereiken. Met het stellen van kwaliteitseisen aan advocaten wordt beoogd dat bij beroepen in cassatie kwalitatief deugdelijke schrifturen worden ingediend. De Hoge Raad kan zijn kerntaken immers pas dan optimaal vervullen als hem cassatiemiddelen worden voorgelegd die aan de eisen voldoen en vragen van rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming aan de orde stellen. Een kwalitatief goede cassatieadvocatuur draagt daarmee bij aan de versterking van de cassatierechtspraak.”


2. Kader

Examen:
Volgens artikel 4.11 van de Verordening op de advocatuur is voor het verkrijgen van een verklaring van de algemene raad waarmee een advocaat de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken kan aanvragen vereist indien hij met goed gevolg een mondeling examen heeft afgelegd, waardoor blijkt dat hij voldoende kennis heeft van de beginselen, uitgangspunten en regels van het burgerlijk procesrecht, in het bijzonder het appel- en cassatieprocesrecht, alsmede van onderdelen van het privaatrecht op een voor de praktijk van de advocaat relevant rechtsgebied.

De toelichting vermeldt ook dat de cassatieadvocaat zal moeten beschikken over diepgaande kennis van het materiële recht en het procesrecht. De vereiste kennis zal vooral door het bestuderen van verplichte literatuur worden opgedaan en berust “uiteraard” mede op de ervaring die de kandidaat als advocaat heeft opgedaan.             

Volgens artikel 21 van de Regeling op de advocatuur bestaat de examenstof uit de volgende onderdelen:

  • de laatste druk van Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer;

  • de laatste druk van Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk 1, Kluwer Deventer;

  • vier arresten (tot 1 juli 2018; raadpleeg de website van de Nederlandse orde van advocaten voor de arresten vanaf 1 juli 2018):

    • HR 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:542, NJ 2016/189 (executierisico en eigen schuld)

    • HR 27 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:994, RvdW 2016/645 (staatssteun)

    • HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046, NJ 2016/290 met annotatie van F.M.J. Verstijlen (eigendomsvoorbehoud)

    • HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 RvdW 2016/950

  • een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk;

  • administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken.

Proeve:
Op grond van artikel 4.13 van de Verordening op de advocatuur verkrijgt een advocaat een verklaring van de algemene raad waarmee hij de onvoorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken kan aanvragen, indien hij met goed gevolg een proeve van bekwaamheid aflegt, waardoor blijkt dat hij beschikt over de kennis en bekwaamheid om zelfstandig naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen.


3. Inhoud en omvang cursus

De cursus zoomt in op de regels, beginselen en uitgangspunten van het Nederlandse cassatieprocesrecht en de cassatietechniek. De cursist dient in staat te zijn hierover aan de hand van voorgeschreven arresten van de Hoge Raad op het terrein van het algemene vermogensrecht van gedachten te wisselen. Gelet op de achtergrond van de Wet versterking cassatierechtspraak zal in het bijzonder worden gelet op de kennis van de inrichting van het cassatiemiddel, mede het oog op de beoordeling van de kans van slagen van een cassatiemiddel.

Het cursusmateriaal bestaat uit de beide genoemde Asserdelen en per bijeenkomst een aantal voorgeschreven arresten.

De cursus bestaat uit een drieluik:

  1. cassatieprocesrecht, in drie blokken van twee dagen (april-juni); in het derde cursusblok is er aandacht voor de Hoge Raad als 'trailblazer', wegbereider of rechtsontwikkelaar: wat is er aan rechtsontwikkeling geschiedt de afgelopen tijd, waar is er ruimte voor rechtsontwikkeling en waar is rechtsontwikkeling voor nodig?

  2. cassatietechnieken, verweven in de drie cursusblokken: van het lezen van arresten tot het formuleren van cassatiemiddelen

  3. een ‘masterclass’ (oktober), waarin twee advocaten een middel uit een klassieker uit de jurisprudentie herformuleren - elk in een andere zaak - dat wordt besproken door twee prominente juristen uit de cassatiepraktijk. Op interactieve wijze wordt gewerkt aan verbetering van het resultaat.

Juridisch PAO
Postbus 778, 2300 AT Leiden
(t) 071 - 527 8666 | (f) 071 - 527 7895
pao@law.leidenuniv.nl

© 2018 Juridisch Postacademisch Onderwijs Universiteit Leiden