Woensdag 23 en 30 mei 2018 van 14.30 tot 21.00 uur, te Leiden
10 PO NOvA, 10 KNB

Een jurist heeft in de (ondernemingsrecht)praktijk regelmatig te maken met financieel-economische aangelegenheden. Elementair financieel-economische kennis blijkt in de rechtspraktijk vaak onontbeerlijk om als jurist te kunnen inspelen op geschillen waarbij financiële belangen een rol spelen en om deze goed te kunnen overzien.

 PO10  KNB logo web2009    Schrijfunuin Button

Toelichting

Een jurist heeft in de (ondernemingsrecht)praktijk regelmatig te maken met financieel-economische aangelegenheden. Elementair financieel-economische kennis blijkt in de rechtspraktijk vaak onontbeerlijk om als jurist te kunnen inspelen op geschillen waarbij financiële belangen een rol spelen en om deze goed te kunnen overzien. Het kunnen lezen en interpreteren van jaarrekeningen, het kunnen overzien van de financiële draagkracht van een onderneming en het hebben van inzicht in de financiële samenhang van bedrijfsprocessen, blijken telkens weer belangrijke aspecten te zijn in de beroepsuitoefening.

Wie enige bedrijfseconomische kennis heeft, zal ongetwijfeld behoefte hebben aan een verdiepend inzicht. Binnen de vigerende wet- en regelgeving is er de nodige manoeuvreerruimte ter bepaling van het vermogen en resultaat van een onderneming. Inzicht in de wijze waarop dat doorwerkt in de cijfers die een onderneming in haar jaarrekening presenteert, is van veel belang om als jurist optimaal te kunnen functioneren. Tijdens deze verdiepingscursus komen met name de bijzondere bedrijfseconomische constructies en valkuilen aan bod en worden recente wijzigingen in wet- en regelgeving besproken. Het programma bestaat uit hoorcolleges  en werkcolleges.

Tijdens de eerste bijeenkomst wordt de noodzakelijke basiskennis bijgebracht over het analyseren en interpreteren van de balans en de winst- en verliesrekening, methoden van waardering en winstbepaling en wordt inzicht gegeven in de bedrijfseconomische en juridische aspecten van de externe financiële verslaglegging. Deze basiskennis dient als inleiding op de tweede bijeenkomst waarin het jaarrekeninglezen centraal staat. Tijdens de colleges worden aan de hand van de te behandelen casuïstiek praktische vaardigheden bijgebracht.

Tijdens de tweede bijeenkomst wordt geleerd om te gaan met de ‘normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd’ en de International Financial Reporting Standards (IFRS). Financiële, activiteiten en beurskengetallen worden behandeld, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op hun effectieve betekenis en de onderlinge samenhang. Centraal bij dit onderdeel zijn de sturingsmogelijkheden- binnen de grenzen van de wet- en regelgeving- van vermogen en resultaten van ondernemingen. Aan technieken als off-balance sheet finance, werkkapitaalbeheer wordt aandacht besteed. Voorts worden casussen uit de praktijk behandeld, waaronder de jaarrekening van een beursgenoteerde onderneming. De uitkomsten worden besproken en geplaatst in de context van het doel waarmee de betreffende jaarrekening is opgesteld en in hoeverre deze uitkomsten onverkort juridisch bruikbaar zijn.

Deze verdiepingscursus is een waardevolle opfrissing en actualisering voor zowel de beginnende als de meer ervaren jurist.